Chainbreakers :: De keten van het extreem

18 maart 2018
Ds. Dennis Mohn
Handelingen 26:1-29, Colossenzen 2:12-13

Samenvatting

In vers 5 lezen we dat Paulus volgens de wet heeft geleefd als strenge farizeeër. Dat kennen wijmisschien ook. We hebben misschien in ons geloof altijd volgens de regels geleefd. We wisten niet beter dan dat dit verlossing zou brengen. Alles goed doen, geen fouten maken, zou de ketenen van de zonde verbreken. Paulus zegt dus: “Precies zo heb ik geleefd.” Maar als we even heel eerlijk zijn dan zit daar eigenlijk geen leven in. Een krampachtig geloof is mechanisch, organisatorisch, plichtmatig, systematisch en vaak automatisch. We doen en deden maar omdat het zo moest: geloof moet groeien, we moeten geestelijk volwassen worden, etc.De andere kant hiervan komt ons misschien ook bekend voor. Misschien hebben we ooit een andere manier van geloven mogen leren kennen: je moet helemaal niks.

Maar de manier waarop mensen zich verzetten tegen al dat moeten wordt vaak een nieuwe gevangenis. We hebben alleen het tegenovergestelde van de regel tot nieuwe regel gemaakt. In allebei, zowel in het van alles moeten in het geloof én het ertegen moeten verzetten omdat niks hoeft in het geloof, zit géén leven. In allebei is het moeten. Het zijn dan twee extremen die ons leven bepalen, het is mechanisch, het leeft niet. En het extreem is altijd veilig want in het extreem hoeven we onze meningen en overtuigingen niet uit te laten dagen. In het extreem vinden we altijd zekerheid.

Dus velen zijn maar gaan schuilen in het veilige extreem van dingen moeten en de regels volgen om zo de illusie van zekerheid in stand te houden. Of we zijn gaan schuilen in het extreem van niks moet want de Heer zal het allemaal wel regelen met Zijn genade. En zo houden we dan ook een illusie van zekerheid in stand. Hoe dan ook, we schuilen in het extreem, links of rechts, levenloze vrijheid, de keten van het extreem.

Paulus was een farizeeër die op een dag de opgestane Jezus heeft ontmoet. En die opgestane, die levende Jezus heeft hem op pad gestuurd. Hij maakte Paulus tot een volgeling van de Weg. Een reis die zijn geloof enorm had veranderd. Paulus ging op pad en zijn geloof groeide vervolgens wel. Maar het groeide niet omdat het moest. Het groeide ook niet omdat niks meer moest. Het groeide omdat het leefde (Colossenzen 2:12-13)! En als het geloof leeft dan groeit het vanzelf. Dan moet inderdaad niks meer geforceerd worden want het leeft en daarom groeit het. En ‘ik moet helemaal niks’ kan ook niet meer want het leeft en daarom zal het altijd groeien. Het geloof leeft alleen tussen de extremen waar het mag groeien, uitbreiden, leren, investeren, liefhebben, ontvangen, geven, ontdekken, bedenken en aanbidden.

Vragen

  1. Wat betekent voor jou een levend geloof? Zie je dat in je eigen leven zo ook terug? Deel met elkaar hoe je geloof is gegroeid.
  2. Herken je de neiging om te schuilen in het extreem? Wat maakt dat mensen steeds meer geneigd zijn om te kiezen voor de extreme duidelijkheid boven het levende geloof?
  3. Hoe kunnen we onszelf meer uitdagen om te leven in het spanningsveld tussen de extremen, daar waar ook het geloof leeft?
  4. Maak een kort rondje en deel met elkaar hoe de preek heeft bijgedragen aan je verlangen om goed lief te hebben van God, naaste, en jezelf, omwille van de wereld.