De logica van de zelfliefde

24 maart 2019
Ds. Ed Meenderink
Matteüs 22:37-39, Fillipenzen 2:3, Romeinen 12:18

Samenvatting

In het “Grote (ene)gebod” en in Paulus’ woorden in Fillipenzen is de liefde voor jezelf en de zorg voor jezelf vanzelfsprekend besloten. “Christelijke” begrippen verkeerd verstaan zoals “zelfverloochening” en “de andere wang toekeren” hebben grote schade gebracht aan serieuze gelovigen. Liefde voor je-zelf, aandacht en zorg voor je-zelf en zelf-verdediging zijn normaal, logisch en goddelijk.  Zelf-liefde is een gebod waartegen wij kunnen zondigen. Wie alleen maar aan anderen denkt mag bekend staan als een heilige, maar komt eens op een punt waar hij/zij voor niemand meer kan zorgen.

Vragen

  1. Wat is de overeenkomst tussen Matteüs 22: 37-39, Fillipensen 2:3 en Romeinen 12:18? Hoe werkt dat bij jou?  Ben je en “Narcissus” of eerder een “Egonullus”?  Hoe kun je dat veranderen?
  2. Wat betekent het dat gebrek aan liefde en zorg voor je-zelf (lichaam, ziel, geest, leven) een zonde is? Hoe helpt je dat?
  3. In Fillipenzen 2:3 wordt dus een grens aangegeven in onze pogingen om met iedereen vrede te hebben en te houden. Waar ligt die grens bij jou?  Is “mensen-behagend”  en  “conflict-mijdend” gedrag ook niet een zonde?
  4. Als je bij jezelf de zonde van zelf-haat of gebrek aan zelf-liefde/zorg aantreft wat valt er dan te doen?