Voor de wind?

Alderik Bos

•••

Onlangs gebruikte Dennis in zijn preek het voorbeeld van de wind die ons voortblaast. Als zeiler ken ik dit beeld maar al te goed. Toch heb ik geleerd dat er heel wat nuances zijn te maken, die het beeld van de wind als teken van Gods geest in mijn ogen nog rijker maken. Ik vind het leuk dit met jullie te delen.

Bijvoorbeeld: ‘voor de wind’. Zeilers noemen dit ook wel ‘plat voor het laken’. Het beste is om dan de zeilen zo wijd mogelijk te zetten. Vaak worden met bomen de zeilen uitgezet. Voor het gevoel gaat het eigenlijk helemaal niet zo hard omdat de wind in dezelfde richting blaast als jij vaart. Als je op zee vaart heb je vaak ook de golven van achteren, waardoor de boot onnatuurlijke bewegingen maakt. Dat kan een bron zijn van zeeziekte. En als de wind maar een klein beetje draait is er het risico op een ‘gijp’, waarbij de giek ineens van de ene naar de andere kant gaat. Als die tegen je hoofd komt, is dat pijnlijk en er zijn mensen wel overboord geslagen. Veel zeilers willen dit voorkomen en ‘kruisen de wind af’, wat wil zeggen dat ze schuin op de wind gaan varen – een ruim windse koers – en door dat af en toe te wisselen vaar je gemiddeld de goede koers.

Voor de wind is dusverre van ideaal. Er schuilen gevaren in. En dat is ook met het vaak door ons gewenste comfortabele ‘voor de windse leven’. Je hebt niet door hoe hard het gaat en je moet constant alert zijn op de risico’s.

Wist je overigens dat een zeilboot het snelst gaat met de wind recht van opzij? We noemen dat ‘halve wind’. De wind blaast dan in de ca. 45 graden op de boot staande zeilen en drukt daarmee de boot naar voren. En vertalend naar het ‘echte leven’ vraag ik mij dan altijd af of mijn koers dan ook 90 graden op die van de Geest moet zijn.

Als mensen met ons meevaren die weinig zeilervaring hebben, zijn ze altijd verbaasd dat we bijna tegen de wind in kunnen varen. We trekken de zeilen zo strak mogelijk aan en de boot gaat dan schuin. Dat voelt eng, maar het is iets wat we prima onder controle hebben. Om af te remmen varen we dan recht tegen de wind in en als het te schuin gaat kunnen we ook de zeilen losser maken, waardoor de wind er minder hard in blaast. Dat is vaak een enorme geruststelling. Zo bijna tegen de wind in voel je de wind in je gezicht en lijkt het harder te gaan dan het werkelijk gaat. En opmerkelijk is dat wanneer de boot snelheid gaat maken, de wind schijnbaar meer van voren komt.

Recht tegen de wind in kan niet. En vaak is dat precies de richting waar we naar toe moeten, waardoor we moeten zigzaggen. Iedere keer door de wind moeten, noemen we ‘over stag gaan’. De vertaling naar het echte leven is voor mij dat het een wonder is dat we bijna tegen de wind in kunnen en dat er vaak meer mogelijk is dan we voor mogelijk houden. Het moet ons oplettend maken omdat we van tijd tot tijd een besluit moeten nemen om over stag te gaan. Een zig-zag-koers lijkt onlogisch maar dat is de enige weg om te komen waar we willen zijn.

Tot slot nog een quote van de Amerikaanse theoloog William Shepp: “Een schip is niet bedoeld om alleen maar veilig in de haven te liggen. Het is gemaakt om stormen op zee met hoge golven en veel wind te doorstaan, op weg naar de volgende haven.” Wat mij leert dat we soms het comfortabele moeten inruilen voor het oncomfortabele, om samen met God onze doelen te bereiken.

RECENTE ARTIKELEN

Klik hier voor meer artikelen >>

Wil jij ook de ENTHOUSIAST per mail ontvangen en/of UPDATES uit de gemeente schrijf je dan in.

* verplicht veld
E-mail Services (maak een keuze)