Gulle God

De belangrijkste preek ooit - deel 2

Lara Mohn

•••

Gelukkig begint Jezus bij het begin. ‘Het koninkrijk van God is hier,’ zegt hij, ‘het is open en bereikbaar, dus zorg dat je erbij bent!’ Daar zit ik dan, tussen de mensen in het gras, nieuwsgierig naar wat hij erover te vertellen heeft. Ik hoor het gonzen om me heen. Iedereen denkt dat hij nu zal gaan uitleggen wat je allemaal moet doen om erbij te horen. Dat is wat iedereen wil weten, want zo ging het altijd. Ik kan me daar wel in verplaatsen, want zo werkt het ook in mijn wereld, in elke wereld die ik ken. Als je ergens bij wilt horen, dan moet je eerst doen wat nodig is om je plek te bemachtigen. Je kleedt je gepast, je gedraagt je gepast, je gebruikt de gepaste woorden, en dan mag je naar binnen. Dat is hoe het werkt.

Maar de realiteit van God móet wel anders zijn dan alles wat we al kennen. Anders zou het niet echt goed nieuws zijn. Anders konden we onze ticket net zo goed ergens anders halen. Dus ik wacht gespannen af. Dan gebeurt er iets waar niemand rekening mee had gehouden. Weet je wat Jezus doet? Hij begint op zijn gemak cadeaus uit te delen! Aan de basis van dit koninkrijk staat blijkbaar een gulle God. Hoe zorg je dat je erbij bent? Pak je cadeau maar aan! Daar staat hij, als een soort (misschien de enige echte) goedheiligman, met een enorme berg cadeaus. Hij pakt er een op, leest het etiket, kijkt om zich heen en roept een naam. Iemand kijkt verbaasd op, checkt of er misschien een ander is die ook zo heet en het cadeau al aanpakt. En als dat niet gebeurt haast hij zich met uitgestrekte handen naar voren, benieuwd naar wat hij krijgt. 

‘Voor de betweter,’ roept Jezus, ‘je weet wel waar je zit. Jij die alles denkt te moeten begrijpen, maar diep vanbinnen weet dat het nooit genoeg is, waar zit je?’ Hij houdt je cadeau omhoog, klaar voor jou om aan te nemen. ‘Weleens nagedacht over hoe wijs God is?’ vraag hij. ‘Laat je kleine kennis maar los, want Zijn koninkrijk is voor jou! Welkom!’ En Jezus duwt het geschenk in je handen. 

‘Voor de zielepoot,’ roept hij, ‘jij die verdriet tot levenskunst hebt gemaakt, jij die voelt dat je anders bent en daar altijd onder lijdt, waar ben je?’ Hij houdt het cadeau omhoog, klaar voor jou om aan te nemen. ‘God geeft de beste knuffels,’ zegt hij, ‘Hij is het grootste luisterend oor, Hij zal je troosten zoals je nog nooit getroost bent!’ En Jezus duwt het geschenk in je handen. 

‘Voor de angsthaas,’ roept hij, ’jij die je zo vaak onzeker voelt, je altijd bewust van de gevaren, jij die liever de voorzichtige weg gaat en keuzes aan een ander overlaat.’ Hij wacht en wacht. ‘Nu is niet het moment om te twijfelen,’ grapt hij, ‘je weet dat ik jou bedoel!’ Hij houdt je cadeau omhoog, klaar voor jou om aan te nemen. ‘God gelooft in jou,’ zegt hij, ‘Geloof je het niet? Begin er maar mee, want Hij vertrouwt de aarde aan je toe!’ En hij duwt het geschenk in je handen.

‘Voor het feestbeest,’ roept hij dan. ‘Jij die altijd honger en dorst voelt naar meer, die alweer zoekt naar de volgende geweldige ervaring nog voordat deze voorbij is, maar het is nooit genoeg hè?’ Hij weet dat jij allang vooraan staat en lacht. ‘Dit is voor jou,’ zegt hij, ‘God zal je ziel vullen. Je zult eindelijk en vooral altijd verzadigd zijn.’ En hij duwt het geschenk in je handen.

‘Voor de zorger,’ gaat hij door. ‘Jij die feilloos het leed van een ander aanvoelt en altijd alles weggeeft, zelfs dat wat je eigenlijk niet hebt. Kom maar hier, kom naar voren.’ En hij weet dat het even zal duren, want jij staat achteraan blij te zijn voor iedereen. Hij houdt je cadeau omhoog, geduldig wachtend tot jij het komt halen. ‘God geeft je al Zijn zorg en liefde,’ zegt hij. ‘Denk eraan, geeft dit niet weg, dit is helemaal voor jou!’ En hij duwt het geschenk in je handen.

‘Voor de perfectionist,’ roept hij onvermoeibaar. ‘Jij die de allerhoogste eisen stelt aan jezelf en de mensen om je heen, omdat je weet hoe hoog het ideaal is en dat het alles van je vraagt. Kom er snel bij!’ Hij houdt je cadeau omhoog, klaar voor jou om aan te nemen. ‘Jij zult de pure goedheid van God zien,’ zegt hij, ‘en dat zal meer dan goed genoeg zijn. Dit is voor jou!’ En hij duwt het geschenk in je handen. 

‘Voor de vredestichter,’ roept hij, ‘jij die een hekel hebt aan ruzie en spanning, die er alles aan doet om alles in balans te houden, maar diep vanbinnen worstelt omdat je niet weet wie je bent. Waar ben je?’ Hij houdt je cadeau omhoog, klaar voor jou om aan te nemen. ‘Dit is voor jou,’ zegt hij, ‘God zal je vertellen wie je bent: je hoort bij Hem, je mag jezelf leren kennen als Zijn kind.’ En hij duwt het geschenk in je handen. 

‘Voor de vechtersbaas,’ roept hij, ‘jij die altijd in de problemen komt, altijd in strijd verwikkeld raakt, terwijl je alleen maar alle onrecht wilt verdrijven. Waar ben je?’ Hij houdt je cadeau omhoog, klaar voor jou om aan te nemen. ‘Het koninkrijk van God is voor jou,’ zegt hij. ‘Welkom! Hier is de zwakke altijd veilig en leer je strijden op een andere manier.’ Hij duwt het geschenk in je handen.

‘Voor de bekritiseerde,’ roept hij, ‘jij die keihard werkt om goed resultaat te behalen, maar het voor je gevoel nooit goed kan doen omdat je altijd maar kritiek vangt, nooit erkenning. Waar ben je?’ Hij houdt je cadeau omhoog, klaar voor jou om aan te nemen. ‘Dit is voor jou,’ zegt hij en zijn ogen glimmen. ‘God heeft de grootste beloning voor jou, je zult met Hem bouwen aan tijdloze dingen en mag je scharen onder de grote namen die je voor gingen.’ Hij duwt het geschenk in je handen en lacht voldaan. Niemand, zelfs niet een, staat met lege handen. 

Met tranen in mijn ogen zit ik toe te kijken. Als tiener begreep ik deze cadeaus, deze ‘zaligsprekingen’, niet goed. Ik dacht altijd dat ik al die dingen moest worden zodat ik de cadeaus zou krijgen. Het komt me nu belachelijk voor, als de kromste theologie ooit. Ik dacht bijvoorbeeld echt dat ik eerst bekritiseerd moest worden voor ik mijn beloning kon ontvangen—en ik was het braafste meisje van de klas, dus dat was behoorlijk lastig te realiseren. Ik bén gewoon geen bekritiseerde, en ik hoef het niet te zijn. Toen ik vastliep in mijn leven kwam ik erachter wat mijn patroon wel was. Ik worstelde omdat ik me altijd aanpaste, conflicten voorkwam en daardoor geen idee had wie ik was. Toen vond ik, voor het eerst in mijn leven, mijn weg naar de massa zieke, dwangmatige, lijdende mensen op die berg. Ik was net als zij wanhopig op zoek naar genezing en naar vrijheid, naar een andere weg. Daar hoorde ik: ‘voor de vredestichter’ en ik wist dat het over mij ging. Daar ontving ik mijn cadeau: God vertelde mijn ziel dat ik bij Hem hoor, dat is wie ik ben. En de vrede die ik krampachtig in stand probeerde te houden door me in duizend ongemakkelijke bochten te wringen is sinds dat moment een gegeven diep vanbinnen en daardoor ben ik vrij. De weg met God begint altijd met ontvangen.

Maar cadeaus ontvangen, hoe fijn we ook denken dat het is, is niet per definitie makkelijk. Ik herinner me mijn moeder vroeger—sorry mam—die de grootste moeite had met het aannemen van cadeaus. Ze zei altijd minstens drie keer dat het écht niet nodig was voor ze het uiteindelijk met schroom aannam van de gevende partij. Ze zag eruit alsof ze een wedstrijd had verloren. Als kind vond ik dat echt heel raar, maar nu begrijp ik het denk ik wel. Ontvangen is ongemakkelijk. Vooral als je ‘zomaar’ iets krijgt, of als je het helemaal niet verdiend hebt, en zéker als het zo’n groot cadeau is dat je weet dat je iemand nooit hetzelfde terug kan geven. Het is ongelijkwaardig en het is spannend, want wat verwacht de ander nu van jou?

We zijn dus niet zo goed in ontvangen. Dat God je gewoon omarmt, zelfs je lelijkheid, voelt klein en misschien zelfs krenkend. Je wilt het liever kunnen oplossen en goed maken. Dat God je dingen geeft die je nooit kan terugbetalen is spannend, je wilt het liever gelijkwaardig en overzichtelijk houden. En soms is het simpelweg zo dat je wel weet dat God van alles geeft, maar dat je nog niet ziet of durft te zien wat je zo hard nodig hebt. Misschien herken jij je naam nog niet en dus ben je nog nooit opgestaan om je cadeau in ontvangst te nemen. Ik ben ervan overtuigd dat het niet erg is waar jij staat, want God heeft geen haast. Waar jij in het diepste van je ziel vastloopt is waar God je zal vinden, dat weet ik zeker. Wat jij in het diepste van je ziel nodig hebt is voor jou beschikbaar als jij zover bent om het in ontvangst te nemen. En als je dat aandurft dan ben je genezen en dan ben je vrij. Dit is de deur. Hij staat wagenwijd open. Je hoeft alleen maar binnen te stappen en je bent klaar om te beginnen met leven in het beroemde koninkrijk van God.

 

Reflectie opdracht:

  • Schrijf eens over de ongemakkelijke situaties die jij in je leven bent tegengekomen rond het krijgen van cadeaus.
  • Beschrijf wat de zin ‘de weg met God begint altijd met ontvangen’ met jou doet. Word je er blij van of voelt het anders (irritatie, ongemak, onzekerheid, verdriet, …)? Schrijf op wat dat gevoel mogelijk zegt over jouw drempels om te ontvangen van God.
  • Is er één van de cadeaus die jou in het bijzonder raakt? Schrijf op welke dat is en beschrijf dan wat je erin herkent. 

 

Bid mee, als je wilt: ‘Goede God van dat mysterieuze koninkrijk, ik vind het bijzonder dat U begint met geven, want dat ben ik eigenlijk niet gewend. En ook al zeggen veel mensen dat U liefde bent, ik merk dat ik me vaak toch afvraag waar het addertje is onder het gras. Ik worstel vaak met mezelf en vermoed dat ik mijn leven op een andere manier zou kunnen leiden, misschien inderdaad gezonder, vrijer, relaxter, beter. Wilt U mij laten zien wat mijn naam is en welk cadeau U voor mij heeft, dan wil ik het graag aannemen. Ik wil leren ontvangen van U. Amen.’

Deze tekst is gebaseerd op Mattheüs 5:2-12.

RECENTE ARTIKELEN

Klik hier voor meer artikelen >>

Wil jij ook de ENTHOUSIAST per mail ontvangen en/of UPDATES uit de gemeente schrijf je dan in.

* verplicht veld
E-mail Services (maak een keuze)