Eeuwig leven voor iedereen

3 november 2019
Ds. Dennis Mohn
Matteüs 28:16-20

Samenvatting

Er is soms deze angst om vergeten te worden. En er is een moment in de Bijbel waar dit niet willen vergeten blijkbaar een rol speelde. Marcus en Lucas schrijven nog over de hemelvaart van Jezus maar Matteüs niet. Het is misschien Matteüs zijn manier om te zeggen: We zullen nooit vergeten. Het zal zijn alsof Hij er nog altijd is.

In ons allemaal zit dit diepe verlangen om niet vergeten te willen worden. En dit verlangen vertalen we vaak in iets willen bereiken, iets indrukwekkend, iets machtigs. Het geeft ons een gevoel van macht over ons niet vergeten worden. En dan is daar Jezus die zegt: “Mij… is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde.” Hem is alle macht gegeven. Hij heeft de macht niet gegrepen. En tot heden zijn we Jezus niet vergeten. Dus alles wat wij grijpen/nemen met macht om iets onvergetelijks neer te zetten zal worden vergeten, maar wat ons wordt gegeven ís onvergetelijk. En om maar één ding te noemen dat je is gegeven, als je het hebt aangenomen, is eeuwig leven (Johannes 10:28-30).

Ons verlangen om niet vergeten te willen worden proberen we vaak te bevredigen met machtige ambities, controle uit willen oefenen over onze legacy, maar ten diepste is dit verlangen om niet vergeten te willen worden een verlangen naar de eeuwigheid, naar de oorsprong van ons bestaan.

Vanaf het begin van de mensheid was het de bedoeling dat God met de mens wandelt. Ooit liepen we samen door het paradijs. Nu moeten we deze weg anders invulling geven. Maar de omstandigheden, de gebrokenheid, hebben nooit in ons het verlangen kunnen uitdoven naar voor altijd met God te wandelen door het paradijs, altijd, het eeuwige leven.

Dat is een geschenk dat je mag aannemen. Als je dat niet wilt dan is de dood een definitief moment. Dan houdt het gewoon op. Maar dat is de hel. De hel is dat één van mijn diepste behoeftes als schepping – om mijn relatie met de schepper op de best mogelijke manier vorm te geven – geen realiteit zal worden. Van die hel hebben we redding nodig. En als het in de Bijbel dus over redding gaat dan is dat meestal niet zozeer van straf voor onze zonde, maar vooral redding van de dood als definitief moment, een ophouden te bestaan, in plaats van de dood als een moment in ons voortbestaan.

Dus Jezus nodigt ons uit om Hem niet te vergeten, dat we ook implementeren en herinneren wat we hebben ontvangen (herinneren = weer inneren, opnieuw innemen. Als het ware een continue herbeleving). Dus de opdracht van Jezus is om een leven te leven met eeuwigheidsbesef. Johannes schrijft (Johannes 17:3): “Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.” Eeuwig leven is niet dat jij niet vergeten wordt maar dat jij Hem nooit vergeet.

Dus niemand gaat hier iemand vergeten… dit is het lichaam van Christus. Jouw legacy zal altijd zijn dat we ons Jezus zullen herinneren omdat je ons altijd over Hem vertelde, meestal niet met woorden, maar vooral door een leven te leven met eeuwigheidsbesef, een leven als nieuwe schepping, een leven van liefde en geloof, een leven dat Jezus kende. Een leven van hoop, een leven van wandelen met de Vader te midden van de gebrokenheid alsof het het paradijs was, alle dagen. Jezus is jou niet vergeten. Hij heeft je juist iets gegeven, eeuwig leven voor iedereen die het aanneemt. Neem dat dus maar gewoon zo aan van Hem.

Vragen

  1. Herken je dit verlangen in jezelf om niet vergeten te worden? Heb je ooit concreet over nagedacht hoe je dit verlangen sust?
  2. Het kan geen kwaad op welke leeftijd dan ook om af en toe tijd vrij te maken in ons drukke bestaan om na te denken over wat we in de toekomst zouden kunnen betreuren. Wat zijn nu dingen in je leven die je in de toekomst zou kunnen betreuren?
  3. Jezus nodigt ons uit om te implementeren/herinneren wat we hebben aangenomen en ontvangen (eeuwig leven). Wat betekent het voor jou om een leven te leven met eeuwigheidsbesef?
  4. Herken je de diepe en stille twijfels of het nou wel echt allemaal goed komt met je na de dood? Hoe krijgen deze twijfels uiting in je (geloofs)leven?