1, 10 of toch 613?

21 juli 2019
Ds. Ed Meenderink
Micha 6:6-8, Mattheus 22:34-40

Samenvatting

“Wat wil God/de goden van mij? Hoe moet ik leven? Wat mag wel en wat niet?” Dat zijn de vragen van een religieus mens. De antwoorden op die vragen zijn zeer verschillend in de wereldgodsdiensten en zelfs heel verschillend binnen het ene christendom! De religieuze mens krijgt dus geen antwoord. Zowel Jezus als de profeet Micha geven echter aan dat wij het antwoord ergens best wel weten, ongeacht in welke religie je je bevindt. Het gaat om de LIEFDE 3D: God-naaste-zelf. De zogenaamde “geboden” in de bijbel zijn dat niet. Dat zijn praktische toepassingen in een actuele, specifieke situatie van het Ene. Maar waarom wil de religieuze mens daar dan toch onderuit? Waarom zijn geboden zo populair? Waarom groeien duidelijke kerken juist snel? Kan een mens de vrijheid en verantwoordelijkheid van de smalle Weg der Liefde wel aan? Wil hij dat?

Vragen

  1. Wat is de overeenkomst in beide Schriftgedeeltes?
  2. Vertel eens in je eigen woorden waarom een leven met geboden populairder is dan een leven volgens de LIEFDE 3D.
  3. DE LIEFDE 3D beweegt dagelijks in allerlei levenssituaties in een balans tussen liefde voor God, voor de naaste en voor jezelf. Kun je daar voorbeelden van noemen? Ook voorbeeld van dat je vond dat je gezondigd had ergens binnen deze balans? (Zonde tegen God, je naaste of jezelf?) Hoe leer je daar van?
  4. Waarom is de Weg van de LIEFDE een “smalle Weg”? Waarom is de weg van een leven volgens geboden een “brede weg”?
  5. Kan iemand die zich strikt aan geboden houdt toch zondigen?