Duurzame schatten

De belangrijkste preek ooit - deel 5

Lara Mohn

•••

Gelukkig begint Jezus bij het begin. ‘Het koninkrijk van God is hier,’ zegt hij, ‘het is open en bereikbaar, dus zorg dat je erbij bent!’ En dan, omdat het blijkbaar de juiste volgorde is, deelt hij eerst op zijn gemak cadeaus uit. De weg met God begint namelijk altijd met ontvangen. Zijn cadeau aan jou is als een lucifer en nu brand je als een lamp. Je hoeft alleen nog maar je licht te láten schijnen. Het kan niet misgaan, het is simpel, maar als je denkt dat het makkelijk is dan heb je je vergist. Er is namelijk maar één vorm van goedheid in de realiteit van God en dat is de pure vorm. Op het spannendste moment in zijn preek laat Jezus blijken hoe absurd het plan is en hoe groot zijn geloof. In het koninkrijk van God regeert een Vader die zon en regen geeft voor iedereen, zodat iedereen kan groeien. Er is geen ruimte voor religieuze nonsens waarin zekerheid voorgaat, het ego wordt beschermd en lelijkheid verstopt zit achter brave regels. Als je in Gods realiteit leeft als Zijn kind, dan zal je net zo goed leren zijn, net zo leren liefhebben, als Hij.

Het is stil geworden in de menigte eenvoudige mensen om Jezus heen, maar veel van hun ogen glimmen. Wat als Jezus gelijk heeft, stel je voor! Ze zien het vast voor zich, hoe zij zelf beter zouden zijn dan de religieuze elite die het altijd zo hoog in de bol heeft! Hoe geweldig zou dat zijn, dat zou ze het nakijken geven! Het is maar goed dat Jezus die gedachtegang gelijk onderbreekt, want zonder dat ze het doorhebben zijn ze alweer afgedwaald. ‘Let op,’ waarschuwt Jezus, ‘wees er alert op dat je deze goedheid niet etaleert, zodat je zeker weet dat anderen het zullen zien, want dan loop je helaas de grootste schatten mis.’

Een tijdje geleden was ik in het Mauritshuis. Voor het eerst in mijn leven zag ik een echte Rembrandt. Ik keek om het hoekje van de kamer en voelde me eerst even onpasselijk, want er lag een levensgroot lijk op een tafel en mijn blik werd er naartoe gezogen. Maar de walging zakte toen ik de ruimte binnenliep en mijn fascinatie groeide. De anatomische les van Dr Nicolaes Tulp hing daar aan de wand en het voelde serieus alsof ik erbij was. Mijn blik vloog van het ene naar het andere gezicht, waarin levende ogen gefascineerd toekeken, terwijl de docent het dode lichaam ontleedde. Uiteindelijk bleef ik hangen bij het gezicht van de docent waarin de ogen glinsterden—ik zweer dat ze glinsterden! Meester van het licht, zo wordt Rembrandt genoemd, of meester van licht en donker. Omdat hij als geen ander gebruik maakte van hoe het licht opvalt en je aandacht trekt als je het afzet tegen donkere schaduwen. Ik heb het later nagezocht en kwam erachter dat het grootste stuk wit in dit schilderij eigenlijk maar heel klein is. Het had me niet moeten verbazing waar het te vinden is. Het grootste stuk wit verbeeldt een kleine reflectie van licht in de ogen van de docent. Het effect is enorm.

Je zou kunnen zeggen dat Jezus in zijn beroemde preek ook aan het schilderen is. Hij schildert met anekdotes. En na zijn waarschuwing begint hij aan een drieluik. Het is een drieluik van de belangrijkste religieuze gebruiken in die tijd en daarin hanteert hij schaduw en licht als een meester. Hij lijkt te begrijpen dat duisternis het licht alleen maar beter zichtbaar kan maken. In de woorden van Jezus, net als in de schilderijen van Rembrandt, dient de duisternis altijd het licht.

Kijk mee naar het linker doek. Daar staat een rijke vrouw naast een arme sloeber. Zij overhandigt hem demonstratief een zak met goud die ze eerst nog even goed laat rinkelen voor extra effect. Om haar heen staat een menigte klappende mensen. In de achtergrond duwt een oude dame haar laatste munt in de hand van een kind. Met een smalle kwast brengt Jezus de twinkeling aan in haar ogen. Zie je het licht? Kijk nu mee naar het rechter doek. Daar staat een man in zwarte gewaden met as over zijn wangen gesmeerd. Hij beweegt zich alsof hij gebukt gaat onder zware lasten terwijl hij de mensen op straat passeert. Die gaan respectvol voor hem aan de kant en kijken hem bewonderend na. In de verte loopt een vrouw die niet zou opvallen als er niet een penseelstreek van licht precies op haar rechte rug viel. Je moet een tweede keer kijken om te zien dat ze een arm mist.

Terwijl ik naar Jezus luister en de doeken voor me zie valt me iets op. Hij schildert de duisternis en het licht van twee goede gewoonten: de goede gewoonte om te geven aan de armen en de goede gewoonte om te vasten. Maar als hij de kwast hanteert dan domineren gek genoeg de donkere kleuren. Dit verbaast mij en ik zie dat de andere luisteraars ook hun wenkbrauwen fronsen. Is geven dan niet altijd een goed idee? Is vasten niet altijd iets heiligs? Dan wordt mijn blik getrokken naar het licht, naar het kleine, onzichtbare geven en lijden in de achtergrond. Ik merk dat ik zomaar glimlach om het onderonsje tussen de oude dame en het kind. Ik merk diep respect voor de vrouw die haar lijden zo waardig draagt. Dan valt een kwartje. Geven is helemaal geen geven als je het eigenlijk doet voor jezelf. En vasten is geen vasten als je er je hongerige ego mee voedt.

Zonder dat Jezus het vraagt leg ik mijn eigen leven ernaast. Natuurlijk heb ik altijd geleerd dat het belangrijk is om te zorgen voor mensen die het moeilijk hebben, en terecht. Maar toen ik de grenzen van mijn energie bereikte en niet meer kón geven werd pas duidelijk waar ik het al die tijd eigenlijk voor had gedaan. Ik voelde me nutteloos. Ik voelde me schuldig. Ik voelde me angstig. Want ik had onbewust geleerd om te geven zodat ik ertoe deed, zodat ik goed genoeg was, en zodat de mensen om mij heen het met mij uithielden. Deze vorm van geven putte me uit. Deze vorm van geven had weinig met geven te maken. Want de nood van een ander is geen podium waarop ik mezelf kan bewijzen, en liefdadigheid is nooit bedoeld als manier om mijn behoeften te vervullen. Mijn blik wordt weer getrokken naar het kleine, onzichtbare geven dat blijkbaar een vreugde is in zichzelf.

En hoe zit het dan met vasten? Vasten is nooit echt een onderdeel van mijn geloofsleven geweest. Toch zou ik kunnen zeggen dat de realiteit mij regelmatig dwingt om te ‘vasten’, steeds als ik een gebrek heb van de dingen die ik hard nodig denk te hebben. Bijvoorbeeld als ik weer eens zonder energie zit of als mijn emotionele veerkracht te wensen over laat. Ik voel me dan zó zielig! Dus ik laat mijn schouders hangen, kijk mijn lieverd heel sip aan, en ga zichtbaar gebukt onder het leven. Als hij dan geen erkenning heeft voor mijn lijden en incasseringsvermogen, dan word ik furieus. Ik ben hier niet trots op, maar ik dacht echt dat ik daar recht op had, dat hij mij hoorde te bevestigen. De waarheid is dat geen van ons er beter van wordt. Mijn blik wordt weer getrokken naar de vrouw die een arm mist en desondanks rechtop in het licht loopt. Hoe kan het dat zij die erkenning niet nodig heeft?

Ik luister verder naar Jezus en kijk naar het middelste doek dat hij schildert. Daar zien we opnieuw een grote groep mensen, en in het midden een figuur in een indrukwekkend gewaad, met een gewichtige uitdrukking op zijn gezicht. Hij strekt al biddend zijn handen naar de hemel omhoog, maar checkt stiekem vanuit zijn ooghoeken of men hem wel ziet. Ergens aan de rand zit een man voor zijn huis op een bankje, met gesloten ogen en een stille glimlach om zijn lippen. Jezus brengt een subtiele glans aan op zijn gezicht. Het lijkt me helder waar het donker en waar het licht is in dit kunstwerk. Religie in zichzelf, heilig ogend gedrag, brengt je geen steek dichter bij het échte goede leven van God. Je denkt misschien dat je schatten verzamelt, maar er is weinig voor nodig en je staat ineens weer met lege handen. Deze beloningen zijn vluchtig. En mensen zijn onberekenbaar. Maar de dame met haar glinsterende ogen, de vrouw met het licht in haar rug, de man met de glans op zijn gezicht, zij hebben echt iets bijzonders gevonden.

Ik weet zeker dat er een reden is voor het feit dat het centrale beeld in Jezus’ drieluik gaat over gebed. Want hoe het er aan de buitenkant ook uitziet, in de onderstroom die met het blote oog niet te zien is gebeuren mysterieuze dingen. Dat is waar de realiteit van de Vader zich afspeelt. Die realiteit schreeuwt niet. Liefdadigheid en lijden eisen er geen van beiden een trofee. Maar God de Vader, die de onzichtbare goedheid altijd ziet, deelt duurzame schatten uit. Ik kijk nog eens naar de man op zijn bankje, die in stilte gewoon communiceert met God. Ik ben blij dat Jezus ervoor kiest een tipje van de sluier op te lichten van wat er daar in de onderstroom gebeurt. ‘Met God heb je nooit veel woorden nodig,’ zegt hij, ‘en het hoeft ook niet belangrijk te klinken.’ Luister naar het hart van de man die bidt:

Onze Vader, die hier is en overal, U bent geweldig!

Ik wil Uw licht en goedheid terugzien tot in de donkerste hoeken van de aarde en van mezelf. 

Ik vertrouw erop dat U mij geeft wat ik nodig heb vandaag, niet meer en niet minder, want U geeft altijd genoeg.

Bedankt dat U mijn gênante misstappen steeds weer wegveegt; natuurlijk zal ik anderen ook altijd een schone lei geven.

Ik geloof dat U mij het leven niet zuur maakt, maar dat U altijd bezig bent mij te bevrijden.

Wij mogen leven in de realiteit van een God die duurzame schatten verdeelt. Geven is dan gewoon dat je uitdeelt van alles wat je zelf hebt gekregen. Lijden is dan de plek waar God zelf voor je zorgt. En gebed is elk moment waarop je je hart naar de Zon draait en ziet dat Hij altijd goed is voor jou. ‘Het oog is de lamp van het lichaam,’ zegt Jezus. De enige manier om licht te worden vanbinnen is door licht binnen te laten. En als je licht ziet dan zul je licht zijn.

 

Reflectie opdracht:

  • Stel je voor dat jij niet meer zou (kunnen) geven aan anderen. Hou zou jij je dan voelen denk je? Schrijf op wat dat zou kunnen zeggen over jouw onbewuste motivatie om te geven.
  • Wat zijn de dingen waarvan jij in je leven kunt ervaren dat je er te weinig van hebt? Hoe gedraag jij je op die momenten en waar denk je dan (onbewust) recht op te hebben?
  • Schrijf het gebed dat Jezus ons leerde over. Vul het aan met je eigen concrete situatie. Wat geeft God jou vandaag? Welke misstappen van jezelf en van anderen worden weggeveegd? En door welke omstandigheden die je leven zuur lijken te maken is God bezig jou te bevrijden?

Bid mee, als je wilt: ‘Goede God van dat mysterieuze koninkrijk, ik ben steeds meer onder de indruk van de logica en de wijsheid in de preek van Jezus. Het is makkelijk om de bijbel te lezen en te denken dat het over iemand anders gaat. Maar nu zie ik dat het net zo goed over mij gaat, dat ik onbewust door allerlei vluchtige doelen word gedreven. Het is hard nodig dat ik eerlijk naar mezelf durf te kijken, want ik wil echt veel liever de duurzame schatten die U uitdeelt. Wilt U mij mijn doodlopende wegen laten zien, niet om mij het leven zuur te maken, maar omdat U mij ervan wilt bevrijden. Amen.’

Deze tekst is gebaseerd op Mattheüs 6:1-23.

RECENTE ARTIKELEN

De Gulden Regel

De Gulden RegelRik Op den Brouw ••• Populisme grijpt om zich heen. Wereldleiders en directeuren van grote bedrijven overschreeuwen elkaar. ‘Wij zijn de beste! Wij…

LEES VERDER
Klik hier voor meer artikelen >>

Wil jij ook de ENTHOUSIAST per mail ontvangen en/of UPDATES uit de gemeente schrijf je dan in.

* verplicht veld
E-mail Services (maak een keuze)